Het Beek en Donkse dialect

Wòdde gij gèèr wete hoe ze bij ons in de buurt proate?

 

Ik heb doar nog nie zo hil veul ovver opgeskrivve mar de mèèn ik zakkies àn toch wel unne keer te gòn doen.
Vertaling: Wil je graag weten hoe ze bij ons in de buurt praten? Ik heb daarover nog niet zoveel opgeschreven maar ik denk erover dat geleidelijkaan toch eens te gaan doen.

Tot zover een stukje tekst in het dialect zoals ik het aangeleerd heb. Ik durf het niet zomaar “Beek en Donks” te noemen, want ik woon dan wel in Beek en Donk, maar de manier waarop ik mijn dialect spreek is ook nogal beïnvloed door mensen uit dorpen in de directe omgeving. Toch wil ik een beeld geven van de dialecten die in mijn omgeving worden gesproken, door enkele woorden en uitdrukkingen uit bovenstaande tekst wat nader toe te lichten.

Wòdde gij = wilde je, zou je willen
wòdde: Die ò is een typisch Brabantse klank. Het is een korte o met een duidelijk andere klankkleur dan de o in “modder”. Het is meer de “o” zoals in “motje” of in het Duitse “wollen”.
gij: Wordt zowel gebruikt voor “jij” als voor “u”. Ik ben opgegroeid met tamelijk informele omgangsvormen. In de buurt waar ik geboren ben, sprak je vrijwel iedereen met de voornaam aan, ongeacht zijn of haar leeftijd. Ik heb dat altijd erg prettig gevonden.
gèèrgraag
Voorzover ik kan nagaan wordt “gèèr” (de uitspraak rijmt op de naam “Pierre”) wat meer gebruikt dan zijn Standaard-Nederlandse tegenhanger. Typische uitdrukkingen zijn “iets nie gèèr hebbe” (iets niet erg op prijs stellen) en “iets gèèr doen”, waarmee je een liefhebberij kunt omschrijven.

Ons moeder hè nie gèèr dà we te loat thuiskomme.
Mijn moeder vindt het niet prettig als we te laat thuiskomen.
Hij du gèèr biljarte.
Hij houdt van biljarten, hij biljart graag.(In dergelijke uitdrukkingen wordt “doen” vaak als een soort hulpwerkwoord gebruikt.
buurt
De uitspraak van dit woord is interessant: in het SN wordt de “uu” voor een “r” vrijwel altijd lang uitgesproken, in het Brabants is dat niet altijd het geval. De “uu” in “buurt” wordt kort uitgesproken zoals in “Butagas”. Je ziet dit verschijnsel ook bij de “ie”. “Pier” wordt uitgesproken met een lange “ie” zoals in het SN maar het meervoud “pierre” heeft een korte “ie” zoals in “pyromaan”.
proateproate
De “oa” is een klank die in veel Nederlandse dialecten voorkomt, maar niet in het SN. Je hoort de klank ook vaak in Scandinavische talen. In de meeste gevallen wordt de lange “a” van het SN als “oa” uitgesproken zoals in “hoale”, “proate”, maar dat is geen algemene regel. Ook vinden er in afgeleide woordvormen vaak klinkerveranderingen plaats. “Paal – Paaltje” = “poal – pùlleke”. De ù wordt wat meer voor in de mond uitgesproken dan in het woord “pullen” en lijkt nogal op de korte Duitse “ö”.
zo
De “o” wordt in dit geval kort uitgesproken. Korte klinkers aan het eind van een woord of lettergreep komen vaker voor dan in het SN. Als het woord “zo” de nadruk krijgt, zegt men meestal “zouwe”. Een typische uitdrukking is nog: “Ik zeg mar net ziezouwe…” ( “Ik zeg maar zo…”)
“Ik zeg mar net ziezouwe, ’t lì nie àn ’t hard louwpe màr àn ’t op tijd komme”=
“Ik zeg maar zo, het is geen kwestie van hard lopen maar van op tijd komen” (Gehoord van iemand die op bezoek ging bij vrienden waar op dat moment net de koffie klaar stond…)
opgeskrivve: opgeschreven
In heel Brabant hoor je vaak “sk” in plaats van “sch”. Wel heb ik het idee dat dit verschijnsel in onbruik begint te raken, misschien omdat ouders hun kinderen proberen een correcte uitspraak aan te leren van woorden als “school”, “schoen” enz. Dat heeft dan soms weer tot gevolg dat mensen een “sch” gaan uitspreken als die “sk” wél correct is. Je hoort dan dat scholieren een “schriptie” moeten maken of bij het voetballen “geschoord” hebben.
De “i” wordt uitgesproken als in “kip”. Voorzover ik kan nagaan komt deze klank in het SN niet voor als er een “v” op volgt.
mèène: menen, van plan zijn, veronderstellen, bedoelen.
Je hoort vaak dat de “i” van “kip” lang uitgesproken wordt, vooral in woorden die in het SN een lange “ee”-klank hebben. Voorbeelden hiervan zijn woorden als “keer” (meervoud “kirre”), “keel” enz. In mijn directe omgeving hoor ik nogal wat variaties in de uitspraak. Zo hoor je in Helmond vaak een tweelettergrepige variant voor “keer” die je zou kunnen weergeven als “kèijer”.
De klinker wordt vaak kort als het woord niet wordt benadrukt:
“Ik ben d’r al ’n par kir gewist mar dizze kèèr hà’k d’r d’n oard nie” =
“Ik ben er al een paar keer geweest, maar deze keer had ik het er niet naar mijn zin”
“Mèène” wordt, vooral door ouderen, vrij veel gebruikt in allerlei betekenissen. Ik vind het ook moeilijk er een geschikte “vertaling” voor te vinden.
“Minde gij nauw echt dà’k hier d’n òllingen dag blief waachte?”=
“Denk je nou echt dat ik hier de hele dag blijf wachten?”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beantwoord onderstaande vraag ter voorkoming van spam * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.