Hoeveel talen ken je?

Die vraag krijg ik regelmatig! Ik sta erom bekend dat ik nogal wat talen min of meer beheers maar omdat het soms min is en soms meer, weet ik nooit goed wat ik mee mag tellen. Tegenwoordig wordt er vaak met de CEFR-niveaus gewerkt, A1 t/m C2 en dat is wel handig om het wat meer te kwalificeren. Ook van die aardige Syrische buurvrouw, die een praatje met je maakt, je vraagt “jij bij mij koffie drinken?” maar toch wel vaak nog een tolk nodig heeft bijvoorbeeld bij de huisarts of als er iets met een aankoop van een koelkast niet helemaal goed gaat, kun je toch wel zeggen dat ze een beetje Nederlands spreekt. Als ik talen op dat niveau meetel, zijn het er in mijn geval heel wat. Om een poging te wagen:

Spaans en Duits spreek ik het beste. Spaans was de eerste taal die ik door zelfstudie leerde en oefende met Spanjaarden in de omgeving.
Duits is van de drie “middelbare-school-talen” het makkelijkst omdat ik lang op een duitstalig callcenter gewerkt heb en best vaak een dagtochtje naar Duitsland maak.
Frans en Engels heb ik uiteraard ook op de middelbare school geleerd. Helaas is mijn spreekvaardigheid minder omdat je zo’n kleine 50 jaar geleden op het gymnasium voornamelijk leerde schriftelijk te vertalen vanuit de doeltaal naar het Nederlands en er aan spreek- en luistervaardigheid betrekkelijk weinig aandacht besteed werd.
Turks is de taal die ik naast Spaans in mijn carrière het meest heb moeten gebruiken. Ook dit beheers ik vrij goed al zeg ik het zelf. In het Turks kan iedereen die geen al te zwaar dialect spreekt in het normale tempo met me spreken maar af en toe is er bijvoorbeeld een naam van een dier, plant of gebruiksvoorwerp dat ik niet ken.


Esperanto: al in de jaren zeventig maakte ik hier kennis mee toen een oom, die het vroeger geleerd had, me wat cursusmateriaal gaf. Ik heb het de laatste paar jaar weer eens opgepikt en versta en ik spreek het best goed al doe ik er nooit iets mee in de praktijk. Het idee van een internationale hulptaal spreekt me best aan maar dat hoeft niet per se Esperanto te zijn, al zit de taal erg goed in elkaar en zijn er veel boeken in geschreven en vertaald. Ook heb ik niet zo veel affiniteit met de hele beweging er achter, hoe sympathiek hun doelstellingen ook zijn, ik noem mezelf liever een Esperanto-spreker dan een Esperantist.
Portugees en Italiaans kwam op mijn werk ook nogal eens van pas. Ik kan me in beide talen goed uitdrukken al gooi ik er af en toe een Spaans woord tussendoor.
Arabisch: de eerste Arabische grammatica die ik zo rond 1970 kocht was een tweedehandsje uit de bekende Teach Yourself serie. Het ging vooral over klassiek Arabisch en tijdens mijn wekelijkse bezoek samen met enkele Spaanse vrienden aan de Marokkaanse supermarkt in Helmond, kwam ik er al snel achter dat er heel wat taalvarianten waren. Veel Marokkaanse mensen waren van mening dat je als niet-Arabier het beste de klassieke standaard-variant kon leren maar tegelijk bleek dat veel oudere Marokkanen (die op fabrieken ongeschoold werk deden) alleen hun eigen lokale dialect beheersten. Vanwege mijn werk heb ik me aanvankelijk vooral op dat laatste geconcentreerd en met Marokkaanse mensen kan ik prima communiceren, als ze niet te snel praten en af en toe een woord of zin herformuleren. Later ben ik me toch weer meer met het Standaard-Arabisch bezig gaan houden en de meeste Syrische en Irakese vluchtelingen spreken dat vrij goed. Als ik uit die gemeenschap iemand tref die geen Nederlands of Engels spreekt, kan ik daarmee ook zonder al te veel problemen communiceren.
Servokroatisch: mag je dat tegenwoordig zo nog wel noemen? In de al eerder genoemde jaren zeventig fietste ik elke dag langs een woonoord in Aarle-Rixtel waar, zoals men zei, Joegoslaven woonden die bij de Artex werkten. Ook met deze mensen maakte ik kennis, het bleek een gemengd gezelschap te zijn van voornamelijk Kosovaren en Serviërs en iets minder Kroaten. Ik kreeg al snel de beginselen van wat ik toch maar Servo-Kroatisch noem onder de knie en leerde van de Kosovaren ook wat Albanees. Ik vond dat wel interessant: Albanië was toen een land dat een zeer geïsoleerd bestaan leidde ten opzichte van Europa, zelfs geïsoleerder dan de Oostbloklanden en dat had onder meer tot gevolg dat er nauwelijks boeken over de taal verkrijgbaar waren. Ik vond het uiteraard wel leuk om daar ook een paar woordjes van op te pikken en in het Servo-Kroatisch kon ik me al snel redelijk verstaanbaar maken. Ook dit is weer iets waar ik op mijn werk soms gebruik van moest maken bij de wat oudere generatie. Eind jaren negentig kwamen er ook nog wat vluchtelingen bij. Ik kan – als ze al geen andere talen spreken – prima met ze communiceren maar soms ben ik wat terughoudend omdat kleine taalverschillen zeker kort na de oorlogen daar nogal gevoelig lagen. Papiamentoe: toen ik pas zelfstandig woonde, had ik nogal wat Antilliaanse buren, dus die taal pikte ik snel tot een redelijk niveau op. Lezen is geen enkel probleem, als ze erg snel praten wordt het soms wat moeilijk maar het is zo’n taal waar je in de praktijk niet zo veel mee doet omdat Antillianen natuurlijk bijna allemaal Nederlands spreken.
Zweeds: op het callcenter in Boxtel had ik het een enkele keer nodig. Voor sommige projecten kwamen er wel eens e-mails in het Zweeds binnen en lezen was al snel geen probleem meer. De meeste Zweden spreken goed Engels maar als er een keer een telefoontje uit Zweden kwam net als er geen enkele Zweedse collega beschikbaar was en de klant bleek alleen maar Zweeds te spreken, kwam ik er meestal toch aardig uit.
Luxemburgs: Hoe zeer talen me ook fascineren, verre en lange reizen zijn me in de loop der jaren steeds meer tegen gaan staan. Na een reizen naar aan Spanje in de jaren zeventig waar ik familieleden bezocht van mensen die in Nederland werkten, en twee weken Costa del Sol in 1982 met een vriend van me, hield ik dit land voor gezien, in Turkije en Marokko ben ik nog nooit geweest en in wat toen nog Joegoslavië was heb ik in de jaren 80 een paar keer een korte strand-vakantie doorgebracht en verder bleef het bij een incidenteel verblijf in Oostenrijk. Sinds 2000 ben ik nooit verder gekomen dan enkele dagen Luxemburg maar de taal, die aanvankelijk door de Luxemburgers zelf een beetje werd afgedaan als een dialect, heeft steeds meer prestige gekregen, zo lijkt het, en het is een van de talen waar ik me nu een beetje in aan het verdiepen ben.
En verder… zijn er nogal wat talen waar ik me wel enigszins in kan redden (zie het voorbeeld van de Syrische buurvrouw hierboven). Ik noem dan Fins, Pools, Indonesisch, Chinees en Hindi. Van tijd tot tijd doe ik eens een paar lessen van Duolingo , bekijk een Youtube-filmpje of haal een boek uit de kast. Ik zeg voor mezelf maar dat die talen “op de wachtlijst” staan en het kan best zijn dat ik een ervan over een halfjaar wat hoger in de rangorde zet!