Luxemburg 2021… een pagina waard!

Bij reizen heb ik altijd wat gemengde gevoelens gehad maar toevallig deden de omstandigheden zich voor dat ik dit jaar twee keer voor een korte vakantie in Luxemburg geweest ben. Ik deel graag wat foto’s en ervaringen hier.

Herfstvakantie 2021. Met een vriend een paar daagjes die kant uit. De eerste stop was bij Mersch in het uiterste zuidpuntje van Nederland. Open grenzen zijn omstreden maar hebben wel hun charme. Zo staat er in een paadje langs een maisveld een keurige Nederlandse grenspaal maar aan de Belgische kant heb ik niet zoiets kunnen ontdekken. Niet nodig hoor, behalve de gele plaatsnaamborden vertellen de bovengrondse elektriciteitsleidingen je ook wel waar je bent 🙂

Winkelcentrum Massen net vooraan in Luxemburg, heel veel mensen zullen het wel kennen, of ze nou op doorreis zijn naar Zuid-Frankrijk of omdat het Groot-Hertogdom hun eindbestemming is. Zelf vraag ik me wel af wat ze voor hebben met die luchthaven-gerelateerde attributen: het lijkt me een vrij nieuw gebouwencomplex maar het ademt een beetje de sfeer van oude industriële panden die men wil bewaren zoals Strijp-S in Eindhoven of de Noordkade in Veghel.

Luxemburg-stad, of kortweg “d’Stadt” zoals de Luxemburgers zelf zeggen. Een stad met veel gezichten maar helaas op onze tweede dag in de ochtend ook een regio met slecht zicht. Maar optimistisch als we zijn zeiden we: “die trekt wel op, die mist” en dat gebeurde na verloop van tijd ook, zij het met moeite. Die vele gezichten: hotel Ibis, met een budget- en een wat comfortabeler gedeelte tegenover het vliegveld, winkelcentrum Cloche d’Or waar ik wat taalboeken kocht zijn voorbeelden van wijken waar je, zover je kunt kijken, niets meer ziet dan blokkendoos-achtige gebouwen wat een troosteloze indruk maakt maar waarvan je weet: dat heb je nu eenmaal nodig omdat mensen moeten kunnen wonen en werken. Dan de binnenstad waar de directe omgeving van het station een metropool lijkt waar auto’s, trams en bussen continu af en aan rijden en iets verderop het historische centrum met de prachtige panorama’s vanaf de kazematten, het paleis van de Groothertog waar nog steeds heel gedisciplineerd wacht gelopen wordt, het lijkt daardoor een beetje Buckingham Palace in het klein, schilderachtige straatjes met flink wat hoogteverschil maar toch te midden van dat alles ook weer een kolossaal en bijna futuristisch nationaal museum van geschiedenis en kunst.

Donderdag begon weer met een hardnekkige mist maar een halfuurtje verder rijden hadden we daar nauwelijks last van, en de rotspartijen bij de Schiessentümpel deden me meteen weer denken aan een vakantie van zo’n 15 jaar geleden ook daar in de buurt. Ik ben geen held met klimmen, mijn reisgenootis daar wat handiger in maar dat neemt niet weg dat ik enorm genoten heb. (Als je wat meer over dit gebied wilt weten kun je het beste even googlen naar Schiessentümpel, maar ik heb ook enkele informatieborden van nabij gefotografeerd, geen fraaie plaatjes maar wel goed leesbaar dus ik kan ze altijd alsnog plaatsen of via een PB sturen. )

Na ons bezoekje aan Schiessentümpel reden we terug naar het hotel en wéér hing daar die dichte mist. We kwamen op het idee naar het centrum te gaan en rustig te kijken waar we naar toe konden. Even met de trein de Franse grens over leek wel wat, en als je naar Thionville wilt moet je er wel rekening mee houden dat de kaartjesautomaat die stad Diddenuewen noemt. Net vóór het station zag het er allemaal wat kaal uit, een niet al te aantrekkelijk plein met wel een of ander kunstwerk dat een beetje deed denken aan een kerstbal die óf te vroeg geplaatst was óf te laat opgeruimd, maar steek je over de brug de Moezel over dan zijn er heel wat mooie gebouwen,niet dat het centrum een en al historie is maar ook dit was weer de moeite waard.

Geen al te geslaagde foto maar ik kon het toch niet laten – toen het ’s avonds eens wat minder mistig was, even het vliegveld bij nacht vast te leggen

De laatste ochtend begon met een mooie verrassing: de mist was verdwenen en in plaats daarvan een schitterende zonsopkomst die zelfs dit saaie gedeelte van “d’Stadt” een stuk vrolijker maakte. De weg terug beloofde op die manier een dagtocht op zich te worden en het jammer-het-is-weer-voorbij-gevoel konden we zo even uitstellen.

Op de laatste dag was het plan om twee drielandenpunten te bezoeken: dat van Frankrijk-Luxemburg-Duitsland bij het overbekende plaatsje Schengen en daarna België-Luxemburg-Duitsland. We begonnen in het Franse plaatsje Contz-les-Bains, ten zuiden van Schengen. Er zijn twee dingen waar ik bij autorijden niet zo dol op ben: snelwegen en smalle steile straatjes in dorpjes. Het is allebei aan bod gekomen deze week en van het uitzicht in dit dorpje was het volop genieten.

Het centrum van het plaatsje Schengen heeft niet zo heel veel te bieden, gewoon een leuk doorsnee Luxemburgs dorpje. Wel heb je bij de Moezel nogal wat objecten die met de geschiedenis van Europa en de Europese unie te maken hebben. In het algemeen is het “meubilair” zoals banken en paviljoenen sober en degelijk gemaakt, beton dus redelijk hufterproof. Op deze zonnige dag vond ik overigens ook de hellingen met de wijngaarden erg mooi om te zien. Je hoeft het niet eens te zijn met de EU zoals die nu is maar ik kon het toch niet laten me even te laten fotograferen naast de vlag.

In 1977 was ik in het paasweekend voor het eerst in Luxemburg, in de jeugdherberg van Echternach. Ik was een paar keer in Spanje geweest en had Zuid-Spanje redelijk leren kennen maar de reis ernaartoe was een paar keer met het vliegtuig geweest en een paar keer met de trein, maar dat ook veel dichterbij Nederland het landschap ook zo totaal anders kon zijn kreeg ik toen pas in de gaten! Op die eerste paasdag besloot ik de grens over te steken naar Duitsland en dan ben je in Echternacherbrück, en dan te voet naar Bollendorf te gaan, zo’n 8 km verderop. Ga je daar de grens wéér over dan ben je in Bollendorf-Pont. iets verderop heb je ook Wallendorf en Wallendorf-Pont, dus het kleinste van de twee “tweelingplaatsen” krijgt Brück of Pont achter de naam, het lijkt bijna een soort formule of algoritme 🙂 Bollendorf dus, het werd wel een van de meest verrassende vakantieherinneringen die ik nog graag met anderen deel: ik besloot in Bollendorf, op die bijna winterse eerste paasdag naar de hoogmis te gaan en raakte na afloop in het café aan de praat met enkele wat oudere mannen waarvan er een de beheerder van het postkantoor was… en die bood me spontaan aan bij hem het middagmaal te nuttigen. Aan de Duitse kant Sûre werd (en ik denk “wordt”) ook bijna hetzelfde dialect gesproken dat in Luxemburg een officiële taal is. Gisteren kwam het zo uit dat we daar ook weer zijn gaan eten maar nu wat minder chique en toch redelijk multicultureel. Bij een shoarma (eh pardon döner want we waren in Duitsland) tentje bleek dat in de heerlijke verse pitta-broodjes een falafel met een oosterse salade van rauwkost en olijven even goed tot zijn recht komt als een Duitse Bratwurst. Een en ander met zorg bereid door twee zeer vriendelijke Turkse heren dus kosmopolitischer kan het bijna niet…

Tenslotte: het noordelijke drielandenpunt van Luxemburg is wat minder groots opgezet dan dat in Schengen, maar je kunt wel wat dichterbij komen. Ook hier kruisen de grenzen elkaar midden in een riviertje, en via een wat modderig paadje kun je een bruggetje over naar Duitsland. Nét naast de grens heb je een boerderij die zo te zien nog volop in bedrijf is. Ik vraag me dan altijd af of dat voor zo’n boer niet veel praktische problemen heeft gehad toen de grenzen nog wat strenger gescheiden waren… maar het was wel een leuke afsluiting die de reis terug tot een echte dagtrip maakte.