Gewoon herfst…

Paddenstoelen (zelfs een aantal op een zeer smalle groenstrook nabij de supermarkt), bij elkaar geveegde bladeren omdat er kennelijk wat extra tuinafval wordt opgehaald komende dagen, fraaie herfstkleuren, een vernield kerkmuurtje door een bizarre aanrijding, gelukkig zonder gewonden maar wel een schadepost vanwege de restauratie… en op een ander deel van hetzelfde muurtje een ware biotoop van slakken, mossen en schimmels, kortom ingrediënten genoeg voor een herfstwandeling gewoon in het dorp

Mijn corona-ja-nee-sticker

  • ik ben NIET angstig en zaai geen angst maar ben WEL voorzichtig en realistisch
  • ik hou me WEL aan de maatregelen maar ik hou me NIET altijd aan de aanbevelingen van ministers en andere gezagsdragers dat we daarover niet moeten discussiëren.
    Of ik wel of niet ergens over discussieer bepaal ik zelf (kan eventueel wel achteraf om onnodige vertragingen te voorkomen in beslissingen die echt meteen genomen moeten worden)
  • ik laat me NIET leiden door complottheorieën over chips die in vaccins ingebouwd worden maar kijk WEL naar statistieken en onderzoeken van andere organisaties dan het RIVM
    ….(cijfers liegen niet maar over de interpretatie ervan moet je wel van gedachten kunnen wisselen. Bovendien zijn ook wetenschappelijke onderzoeksresultaten naar mijn bescheiden mening niet altijd helemaal absoluut. Er zullen weinig mensen zijn die wiskundige stellingen als die van Pythagoras in twijfel trekken maar op het moment dat er biochemie, microbiologie en ziekteleer bij komen kijken kunnen er verschillende manieren van onderzoek in het spel zijn en kan er verschil van mening zijn over conclusies die je daar aan wilt verbinden. Daar moet, denk ik over gepraat kunnen worden.)
  • ik zet WEL een mondkapje op waar dat verplicht of aanbevelenswaardig is maar laat me NIET monddood maken
    …(dat zou trouwens ook niet kunnen want ook met een mondkapje op kun je gewoon praten. Wel lijkt het me prettig als we goed blijven onderzoeken of en wanneer het mondkapje noodzakelijk is. Zelf heb ik er niet zo veel last van om er een te moeten dragen maar ik hoor van veel mensen dat ze er behoorlijk wat hinder van hebben. Het is denk ik ook wel wat ingrijpender dan de aanbevelingen over handen wassen en afstand houden)

    … en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Martien, aan-ge-naam

Meestal spreek ik mijn voornaam uit met de klemtoon op de eerste lettergreep, ‘MARtien’ dus. Toch komt het vaak voor dat mensen me ‘MarTIEN’ noemen, met de klemtoon op de tweede lettergreep.Dan hoor ik ook nog wel eens ‘MARtin’, klemtoon op de eerste lettergreep maar de tweede lettergreep klinkt dan als ‘tin’ (het metaal) en niet als ‘tien’ (het getal).

Op zich maakt het me niet zoveel uit hoe ik aangesproken word, alleen moet ik zeggen dat ik de uitspraak van mijn eigen dialect ‘Mertien’ (met een soort stomme e in de eerste lettergreep zodat de naam rijmt op ‘verdien’) en zeker de nóg kortere vorm ‘Tien’ erg lelijk vind, terwijl ik toch best gesteld ben op mijn eigen Brabantse dialect.

De schrijfwijze van mijn naam levert soms wat verwarring op bij brief- en e-mailverkeer. Als ik onderteken met ‘Martien van Wanrooij’, gebeurt het regelmatig dat ik een antwoord krijg dat begint met ‘Geachte mevrouw Van Wanrooij’.
Als het karakter van de mail of de brief niet al te formeel is, antwoord ik meestal maar met een kwinkslag als: “Ik word meestal Martien genoemd, ook regelmatig ‘Mijnheer van Wanrooij’ , maar dat men mij ‘Mevrouw van Wanrooij’ noemt, komt maar zelden voor omdat ‘Martien’, in tegenstelling tot ‘Martine’, toch echt een mannelijke voornaam is”.

Omdat ik me zo vaak bedien van vreemde talen, wordt het soms nog wat ingewikkelder.
Spanjaarden zijn gewend aan de schrijfwijze ‘Martín’ dus zonder de e in de tweede lettergreep en een accentteken op de i (helaas moeilijk te zien bij de meeste lettertypen maar het hoort er toch echt op te staan). De klemtoon bij deze, ook in Spanje redelijk bekende voornaam, ligt altijd op de laatste lettergreep, dus MarTIEN. Meestal word ik zo ook aangesproken maar sommige Spanjaarden zetten graag de puntjes op de i en dat kunnen ze in dit geval bijna letterlijk doen: als ze willen weten hoe mijn naam nou precies uitgesproken wordt, dan zeg ik meestal “Je moet de naam net uitspreken als in het Spaans, alleen moet je je voorstellen dat er op die i geen accentteken staat maar alleen een gewone punt”. Helaas zijn er veel Spanjaarden die niet gewend zijn accenttekens in hun taal correct te plaatsen dus die uitleg slaat niet altijd aan. Het feit dat er een e in de tweede lettergreep staat, is nog wel eens verwarrend voor mijn Spaanse vrienden omdat de combinatie ‘ie’ meestal uitgesproken als in ‘Pierre’ of ‘Muriel’.
Duitsers hebben het wat dat betreft wat makkelijker. Ze spreken de naam ‘Martin’ meestal uit met de klemtoon op de eerste lettergreep en de tweede lettergreep klinkt uit de mond van een Duitser bijna als ons woord ‘tien’. Ook als ze de naam ‘Martien’ proberen te lezen gaat het meestal meteen goed omdat zowel de i als de combinatie ‘ie’ in het Duits meestal dezelfde uitspraak hebben (weer ongeveer als in ons woord ‘tien’).
Met Turkse vrienden ontstaat ook vaak een gesprekje over mijn voornaam. Toen ik pas Turks begon te leren, begin jaren zeventig, waren er wel eens mensen van de oudere generatie die een Turkse voornaam voor me wilden bedenken. Ik bedankte vriendelijk doch beslist voor de eer omdat ik vond dat ik daarmee toch te veel van mijn eigen identiteit prijs zou geven. De meesten spreken mijn naam, als ze hem lezen, intuïtief goed uit, ongeveer als in het Engelse Martin, met dien verstande dat de Turkse r iets meer neigt naar de Nederlandse of Duitse r – al is ze niet zo rollend als in het Spaans of Italiaans. Soms help ik ze een beetje door uit te leggen dat ze in de plaats- en provincienaam Mardin de d moeten vervangen door een t.De Fransen tenslotte: meestal houden die het maar op de hun bekende uitspraak Martin, dus in fonetisch gelegenheidsschrift ‘Martèèn’ .
Een Fransman heeft moeite met het beklemtonen van een andere lettergreep dan de laatste dus een uitspraak als ‘MARtien’ kan ik ze niet zo gemakkelijk bijbrengen. Ik vertel ze soms wel dat mijn naam vaak uitgesproken wordt als ‘MarTIEN’ en dat dat dan weer lijkt op de vrouwelijke naam Martine. Ze mogen mijn naam best zo uitspreken, als ze hem maar niet op z’n Frans gaan schrijven want dan ga ik ook in Frankrijk door voor ‘Madame van Wanrooij’.